Huurovereenkomst woning

Veel burgers huren een woning. Met de eigenaar van de woning sluiten ze dan een huurovereenkomst. In die overeenkomst staan de rechten en plichten van beide partijen en de termijn waarbinnen deze rechten en plichten van toepassing zijn.

Huurovereenkomsten vallen onder de woning huurwet. Die wet streeft een evenwicht na tussen de rechten van de verhuurder en de belangen van de huurder. De woning huurwet is alleen van toepassing op de huur van woningen die dienen als hoofdverblijfplaats van de huurder en dat met toestemming van de verhuurder. De huurder moet dus effectief en voornamelijk in de gehuurde woning wonen. Deze woning kan in principe ook een boot of een caravan zijn.

Alleen de geschreven huurovereenkomsten van bepaalde duur die voor 28 februari 1991 werden afgesloten, ontsnappen aan de toepassing van de huurwet.

Meer over de huurwet

Plichten van de verhuurder

Affichering huurprijs

Wanneer een woning te huur staat moet de verhuurder de huurprijs en het bedrag van de gemeenschappelijke kosten vermelden.

Plaatsbeschrijving

De plaatsbeschrijving is een schriftelijke vaststelling van de feitelijke situatie van de woning bij aanvang van de huur. De huurder en verhuurder zijn verplicht om in aanwezigheid van beide partijen en voor gezamenlijke rekening een gedetailleerde plaatsbeschrijving op te stellen. Dat gebeurt het best tijdens de periode dat de ruimtes onbewoond zijn, maar het kan ook nog tijdens de eerste maand van bewoning. De plaatsbeschrijving moet bij het huurcontract worden gevoegd. Wanneer er een duidelijke en goede plaatsbeschrijving is, kan men daar bij betwisting steeds op terugvallen.

Meer uitleg over de plaatsbeschrijving vindt u hier.

Registratie contract en plaatsbeschrijving

Het is de plicht van de verhuurder om het schriftelijk huurcontract te laten registreren in een registratiekantoor.

De registratie kan zowel schriftelijk als per e-mail doorgegeven worden.

Onderhoud-herstellingen

De verhuurder staat in voor de grote herstellingen en onderhoudswerken en voor de herstellingen die nodig zijn door ouderdom en overmacht.

Kwaliteitsnormen – conformiteitsattest en rookmelder

Om een woning te verhuren moet aan bepaalde minimumvoorwaarden voldaan worden.

Enkele voorbeelden:

  • de woning moet beschikken over een goedgekeurde en veilige elektrische installatie;
  • er mag geen CO-gevaar zijn;
  • er moet een toilet, badkamer en keuken aanwezig zijn;
  • verwarmingstoestellen van het open type zijn verboden;
  • de woning moet voldoende stabiel zijn;
  • er mag geen vochtschade zijn;
  • de ramen en deuren moeten goed functioneren;
  • het moet mogelijk zijn om de woning te verwarmen;
  • de woning moet beschikken over een goedgekeurde en veilige elektrische installatie;
  • er mag geen CO-gevaar zijn;
  • er moet een toilet, badkamer en keuken aanwezig zijn;
  • verwarmingstoestellen van het open type zijn verboden;
  • de woning moet voldoende stabiel zijn;
  • er mag geen vochtschade zijn;
  • de ramen en deuren moeten goed functioneren;
  • het moet mogelijk zijn om de woning te verwarmen;

Energieprestatiecertificaat

Energiezuinig wonen wordt steeds belangrijker. Minder energieverbruik betekent immers een lagere energiefactuur en minder belasting van het milieu. Sedert 1 januari 2009 moet de eigenaar een energieprestatiecertificaat kunnen voorleggen. Met het certificaat kunnen huurders de energetische kwaliteit van de gebouwen op de markt vergelijken en afwegen. Het EPC moet vermeld worden in de advertenties van de te huren woning. Het certificaat wordt opgemaakt door een erkend deskundige. Een kopie wordt bijgevoegd bij het huurcontract.

Meer over EPC

Dakisolatienorm

Vanaf 2015 moet voldaan worden aan de dakisolatienorm.  De isolatie stemt overeen met een laag specifiek isolerend materiaal van 3 à 4 cm (maar dit verschilt naargelang het materiaal dat wordt gebruikt).

Discriminatie op de huurmarkt

De Belgische wet verbiedt discriminatie. Er is sprake van discriminatie wanneer iemand op basis van een bepaalde discriminatiegrond verschillend behandeld wordt, zonder dat hiervoor een gegronde rechtvaardiging kan gegeven worden.

Discriminatie is een ernstig misdrijf dat slechts door een minderheid wordt begaan, een grote meerderheid van de eigenaars discrimineert niet en heeft respect voor gelijke kansen.

Discriminatie op de huisvestingsmarkt kan verschillende vormen aannemen. De discriminatie kan direct (bijvoorbeeld: ‘wij verhuren niet aan zwarten’) of indirect worden geuit (bijvoorbeeld: zodra een persoon met een handicap de intentie toont om te huren, verhoogt de eigenaar de geafficheerde huurprijs).

Discriminatie kan ook op verschillende momenten in het huur- of aankoopproces tot uiting komen: aan de telefoon, bij bezoek van het vastgoed, na het bezoek, in een advertentie,…

Het staat de eigenaar vrij de huur- of aankoopvoorwaarden te bepalen, maar de wetgeving perkt deze vrijheid in. De eigenaar mag immers geen discriminerende selectiecriteria hanteren die niet objectief of redelijk te verklaren zijn. Discriminerende criteria zoals het zogenaamde ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming en geslacht kunnen nooit het voorwerp uitmaken van een rechtvaardiging.

De eigenaar mag bijvoorbeeld niet weigeren om te verhuren aan personen die een uitkering ontvangen van het OCMW, zonder rekening te houden met hun reële financiële mogelijkheden om de huur te betalen.